Bij het overlijden van Wim Brands

Bij het overlijden van Wim Brands

Erik Jan Harmens

Ik ben heel erg verdrietig om de dood van dichter en programmamaker Wim Brands. Samen met die andere Wim, Wim Noordhoek, leerde hij mij radiomaken. 

Net voor ik mijn eerste interview ging doen voor het toenmalige VPRO-programma 'De Avonden', griste hij mijn blaadje met uitgetypte vragen voor mijn neus weg. "Zet 'm op," zei hij met een glimlach. Daarna tetterde hij tijdens het gesprek vanaf de andere kant van het glas zoveel instructies mijn koptelefoon in, dat ik deze wel moést afzetten.

We hebben een tijd lang samen een avond in de week  'De Avonden' gepresenteerd, eerst op 747 AM, daarna op Radio 6. Vooraf dronken we altijd een glaasje wijn. Een keer dronken we er drie. Na afloop stelden we dat dat totaal geen invloed had gehad op de kwaliteit van de uitzending, maar we deden het nooit weer.

Een van de mooiste interviews die we samen deden was met de Brits-Pakistaanse schrijver Kamran Nazeer, van wie het boek 'Send in the idiots' in Nederlandse vertaling was verschenen. Nazeer  heeft autisme; Wim en ik hadden een nogal voorzichtige benadering in gedachten voor het vraaggesprek, dat echter veel soepeler verliep dan verwacht. Toen de plaat werd ingestart biechtte ik aan de ontspannen gebleken auteur mijn eerdere verwachting op.  Nazeer had ook iets te bekennen: hij had  vooraf op ons tijdschema gespiekt en gezien dat het interview 14 minuten zou duren. Dat overzicht had hem rust gegeven. 

Hoe fijn zou het wel niet zijn als je ook bij een kletspraatje met de buurman weet dat het niet langer dan 14 minuten zal duren, verzuchtten Wim en ik tijdens de traditionele nachtelijke  autorit van Hilversum terug naar Amsterdam. Als het gesprek begint gaat er een rood lampje aan. Is het gesprek ten einde, dan dooft het licht. Radiomaken is zoveel makkelijker dan een werkelijk gesprek voeren.

Ik mis Wim en ik mis de autoritten met Wim. Soms waren we in een boosaardige stemming: dan fakkelden we iedereen in de literaire wereld af, met uitzondering van onszelf en eventueel de gast op de achterbank.  We gaven alleen gasten die we aardig vonden een lift. Was er geen klik, dan jokten we dat we nog iets moesten 'nabespreken' en wachtten we vijf minuten alvorens de Volvo in te stappen.

Soms zwegen we bijna de hele rit. Dan zeiden we, als we in Amsterdam waren aangekomen, allebei 'sorry'. En daarna zeiden we allebei dat het niet gaf.

 


Gepost in: faits divers op 2016-04-05

Door Erik Jan Harmens

Erik Jan Harmens (1970) publiceerde vier dichtbundels, vier romans, waaronder het succesvolle en autobiografische Hallo muur, en een kinderboek. Op dit moment schrijft hij beschouwingen over een bestaan zonder verdoving en de roes, die worden gepubliceerd in Trouw. In augustus 2018 verscheen de opvolger van Hallo muur: Door het licht.


Ook van Erik Jan Harmens

Gedichtendag: lees een voorpublicatie uit de te verschijnen bundel van Erik Jan Harmens

Vandaag gaat de Poëzieweek  (31/1 t/m 6/2) traditiegetrouw van start met Gedichtendag, dus: 'verras collega’s, familie of vrienden met een gedicht, aan de ontbijttafel, op de koffieautomaat, onder je e-mailhandtekening, op een kaartje en natuurlijk op je Facebook, Twitter en Instagram.' Wij laten het dichten aan onze dichters over, en trappen de Poëzieweek af met een voorpublicatie van het gedicht 'Twee keer', uit de in september 2019 bij Lebowski Publishers te verschijnen nieuwe dichtbundel van Erik Jan Harmens, Kom.


Het tegenovergestelde van een lachband

Heel vorige week deed Erik Jan Harmens net na het nieuws van 1 uur bij Nooit Meer Slapen op NPO Radio 1 een verlate dagsluiting. Donderdag op vrijdagnacht ging het over slapeloosheid en semantiek.




recente posts