Dit boek is het verslag van mijn veelbewogen leven vanaf het moment dat ik in Marial Bai van mijn familie werd gescheiden, waarna ik dertien jaar in Ethiopische en Keniaanse vluchtelingenkampen doorbracht en ten slotte kennismaakte met het vitale westerse cultuurgoed in Atlanta en elders. Tijdens het lezen van dit boek zul je het verhaal vernemen van de tweeënhalf miljoen mensen die in de burgeroorlog in Soedan zijn omgekomen. Ik was nog maar een kind toen die oorlog begon. Als hulpeloze jongen overleefde ik een trektocht door talloze grimmige landschappen die werden gebombardeerd door de Soedanese luchtmacht, een tocht waarop ik op mijn hoede moest zijn voor landmijnen, wilde beesten en moordenaars. Ik voedde me met onbekende vruchten, groenten, bladeren en karkassen van dieren en had soms dagenlang niets te eten. Soms waren de ontberingen ondraaglijk zwaar. Ik haatte mezelf en probeerde me van het leven te beroven. Veel vrienden en duizenden landgenoten van me gingen ten onder in deze strijd.
Dit boek is ontstaan vanuit het verlangen bij mijzelf en de schrijver om anderen de helpende hand te bieden bij het begrijpen van de wreedheden die vele opeenvolgende Soedanese regeringen voor en tijdens de burgeroorlog hebben begaan. Daartoe heb ik mijn verhaal vele jaren lang mondeling aan de schrijver verteld. Daaruit heeft hij deze roman samengesteld, mijn stem zo getrouw mogelijk nabootsend en met de basisfeiten van mijn leven als uitgangspunt. Aangezien veel passages fictief zijn, heet het resultaat een roman. Het boek dient niet te worden beschouwd als de definitieve geschiedschrijving van de burgeroorlog in Soedan, noch van het Soedanese volk, en zelfs niet van mijn broeders, de zogeheten Lost Boys. Het is niets meer of minder dan het subjectief vertelde verhaal van één man.
En hoewel dat gefictionaliseerd is, moet je bedenken dat de wereld die ik heb gekend niet zoveel verschilt van de wereld die in dit boek wordt geschilderd. We leven in een tijd waarin zelfs de gruwelijkste gebeurtenissen in dit verhaal kunnen gebeuren, en in veel gevallen zijn ze ook gebeurd.
Zelfs op mijn duisterste momenten bleef ik geloven dat ik mijn ervaringen ooit met lezers zou kunnen delen om te voorkomen dat dezelfde gruwelen zich zullen herhalen. Dit boek is een soort gevecht, en vechten houdt mijn geest scherp. Vechten staat gelijk met het versterken van mijn hoop en mijn geloof in God en de mensheid. Dank je dat je dit boek wilt lezen; ik wens je een gezegende dag toe.
Valentino Achak Deng, Atlanta, 2006
