Titelpagina - Fragment
Pentito
Simon de Waal

1

C’è una ragione per tutto

Het kostte hem zijn leven en dat van zijn vrouw, zijn drie kinderen, zijn twee broers, nog wat losse familieleden links en rechts, plus zijn huis en zijn hond, maar heel even is mijn vader een van de machtigste mannen van Italië geweest. Niet dat hij dat ambieerde, verre van dat, maar het kwam er gewoon van. Later zal je duidelijk worden waarom. Hij heeft zelf trouwens pas beseft wat de omvang van zijn macht was toen het te laat was.

Op een warme zondagnacht, ik was net dertien geworden, gebeurde het. Ik lag in bed en hoorde iets in huis – zo’n geluid waar je wakker van schrikt, waarvan je meteen voelt dat er iets niet klopt. Voorzichtig sloop ik over de gang naar de slaapkamer van mijn ouders, waar het geluid vandaan kwam.

Op het moment dat ik op mijn knieën naast de slaapkamerdeur zat en voorzichtig om de hoek naar binnen gluurde, hoorde ik een doffe knal. Meteen daarna kleurde een zachte wolk de slaapkamer rood, als een nachtelijke uitbarsting van de Vesuvius. In de stilte die volgde, zag ik vier mannen in de slaapkamer, op en naast het bed.

Bij de tweede knal lichtte het hoofd van mijn vader op, terwijl hij op bed in bedwang werd gehouden door de ruwe hand van een van de moordenaars. Twee van de vier mannen dwongen hem naar zijn vrouw te kijken, die dood naast hem lag. De hand die ze over zijn mond hielden was onnodig. Vreemd genoeg maakte mijn vader geen enkel geluid toen de minuscule druppels bloed langzaam op hem neer daalden.

Na het tweede schot lieten ze zijn hoofd los, hielden alleen nog maar hun wapens op hem gericht. Hij draaide zich langzaam op zijn rug en staarde recht in de ogen van de man die volkomen overbodig voor een derde keer de trekker overhaalde.

Mijn vaders gezicht zal ik nooit vergeten. Op dat moment moet hij beseft hebben dat hij deze nacht zou overleven. Ze waren hier niet om hem te vermoorden, ze wilden hem de meest gruwelijke en sadistische waarschuwing geven die ze konden bedenken.

Ik moest daar weg. Waar ik de kracht vandaan haalde, weet ik niet, maar na dat derde schot schoof ik geruisloos achteruit en verstopte me op een plek waar ze me nooit zouden vinden.

Nooit. Een plek die niemand kende. Een plek waarvan zelfs mijn vader nooit heeft geweten dat ik die kende. Ik heb mijn vader daarna nooit meer gezien, want die nacht begon de meest wrede maffia-oorlog ooit in Italië. Ik noem het maffia omdat jij die term waarschijnlijk begrijpt, zo noemt iedereen het. Wij noemen het geen maffia, wij noemen het ook geen camorra. Mijn vader was een toevallige voorbijganger in de wereld van de onorata società, niet iemand die van jongs af aan al volgens de regels van de misdaad leefde. Hij rolde die wereld in en werd daar onmisbaar. Veel later besefte ik pas hoe moeilijk het was om niet in het drijfzand van de misdaad weg te zakken.

Na de moord bleef mijn vader achter in Napels, met een stel trouwe vrienden om zich heen. Hij stuurde mij naar het noorden van Italië, met Amerikaanse vrienden mee. De dag na de dood van mijn moeder vertrokken wij, en niemand heeft ooit meer een voet in het huis gezet waar zij is vermoord. Letterlijk niemand. Nooit. Ik heb mijn vader overigens ook nooit meer gesproken, hij vond dat te riskant.

Van tijd tot tijd werd ik op de hoogte gebracht dat er weer iemand dood was. Dan kwam de vrouw bij wie ik verbleef naar me toe en fluisterde: ‘De broer van je vader is gisteravond vermoord’, en, alsof dat de boodschap zou verzachten: ‘Maar er is ook goed nieuws. Twee van hen zijn dood.’ Alsof het om een voetbalwedstrijd ging: het staat 2-1 voor ons, jongen, dus het gaat goed. We staan voor.

Op een vreemde manier wende dit en op een avond begon ik zelf de score bij te houden met streepjes op de muur boven mijn hoofdeinde. Eén streepje, één dode. Het werd me snel duidelijk dat mijn vader het niet zou redden, zo veel familie en vrienden waren er niet meer over en de streepjes aan onze kant gingen erg ongelijk op met die van hen.

Ik heb je al verteld hoeveel familieleden het me gekost heeft. De camorra – laten we het voor het gemak vanaf nu maar zo noemen – vergeet niet snel en is niet snel tevreden. Het was een zakelijk geschil en het is zakelijk opgelost. Eén moet uiteindelijk de sterkste zijn, nietwaar?

Mijn vader werd als laatste vermoord, laf verraden door een goede vriend. Hij werd gebeld, er werd om zijn hulp gevraagd. Hij kon niet weigeren, ook al zou het zijn dood zijn. Ze hebben hem neergeschoten op een groot plein, waar de politie hem een dag liet liggen, zonder zelfs maar een laken over hem heen te leggen. Ik weet niet waarom ze hem niet tegelijk met mijn moeder vermoord hebben, of meteen daarna. Ze hebben hem zelfs de kans gegeven wraak te nemen. Er zal wel een reden voor zijn geweest. Alles heeft namelijk een reden. Onthoud dat goed.

Ik heb mijn moeder niet kunnen begraven, tegen die tijd was ik al onderweg naar het noorden, zoals ik je zei. Mijn moeder had een heel ander karakter dan mijn vader. Hoeveel geld ze ook tot haar beschikking had en hoeveel macht haar man ook bezat, iedere ochtend liep ze naar haar ricevitoria in de drukke, kleine straat achter Spaccanapoli. Zij was de beste en meest gewilde lotenverkoopster van heel Napels.

Ken je onze loterij? Nee, het lijkt in niets op de Nederlandse lotto. Het is ook niet zo opgepompt als hier, met glitter en glamour en televisieshows. Bij ons, in Napels, gaat het niet om hebzucht, om meer hebben dan een ander. Bij ons is het een manier van leven, zeker in het oude Napels. Als op zaterdag, precies om twaalf uur, een geblinddoekt kind de nummers van de lotto trekt, staat de binnenstad even stil. En mijn moeder wás de lotto, in haar kleine kamertje achter de tralies, haar lotmachine en een kassa onder handbereik. Daar zat ze als de koningin van de nummers.

Ze deed het ook niet om het geld, daar had haar man genoeg van. Het ging haar om het contact met de echte mensen van Napels. De mensen van wie ze hield, uit de stad waar ze geboren was en zou sterven. Op het moment dat zij op haar oude, verweerde stoel in het vervallen kantoortje ging zitten en het luikje opende, stonden de mensen al in de rij in de smalle straat en vertelden haar hun dromen en wensen – als ze haar stoel al haalde, trouwens.

Want zelfs op straat, als ze de deur opende en de reclameborden buiten zette, werd ze aangeklampt door oude vrouwtjes die haar om raad vroegen. Daar ging het om, dat was haar kracht. Napolitanen zijn namelijk een bijzonder bijgelovig volk. Alles heeft een betekenis, denken ze. Dus als ze dromen, zien ze daar een voorspelling in. Om die dromen om te zetten in voorspoedige nummers, gebruiken ze de Smorfia, een eeuwenoud boek waarin iedere gebeurtenis, ieder voorwerp een nummer heeft. En hoe ouder het boek, hoe beter. Omdat ze erover gedroomd hebben, gebruiken ze dat nummer bij de lotto. Soms zit geluk in iets kleins, dus moet je het koesteren als het op je pad komt.

Naast de kassa had mijn moeder zo’n Smorfia liggen, oud en beduimeld. Ze had het echter maar zelden nodig, ze kende ieder nummer uit haar hoofd. Een vrouw droomde over haar vader, die met zijn voet in een emmer water stapte? Inzetten op nummers 81, 53, 39 en 4. Vader en dochter was nummer 81, een voet was 53, emmer 39 en water 4. Ze dreunde het zo op en ging bovendien met haar tijd mee. Draafde Maradona in zijn Napelsshirt door een droom? Zet maar in op nummer 43, want nummer 1 is God en 42 is een voetballer, en was Maradonna niet ‘Nu dio ’e giocatore’ – een goddelijke voetballer? Zelfs mijn vader, wat meer zegt over haar dan over hem, kreeg haar niet weg uit haar kantoortje. Hij mopperde daarover, maar zette wel iedere week in bij haar. Steeds dezelfde nummers, kennelijk was hij ook bijgelovig. Maar haar weg krijgen uit haar omgeving? Nooit. Dat was de plek waar ze leefde en gelukkig was, de dag van haar dood nog.

Ondanks dat ik noodgedwongen ver weg leefde, heeft die wereld mij nooit los kunnen laten. Het is alsof ik me van zeven van de acht tentakels losgeworsteld heb, maar een zal me altijd ergens vasthouden.

Iedereen dacht dat ik dood was. Dat verhaal is als een legende op een bijzonder overtuigende manier in de onderwereld van Napels verspreid. Zelfs de tegenpartij die mij wilde vermoorden, geloofde werkelijk dat ik dood was. Desondanks bleef ik op de hoogte van wat er speelde in de camorra, tot in de kleinste details. Er zijn nog steeds mensen die mij van informatie voorzien. Mensen voor wie ik mijn leven zou geven, en omgekeerd. Het zijn er niet veel, maar ze bevinden zich op zeer cruciale plaatsen in de organisaties. Zij voeden mijn machtige tegenstanders nog steeds af en toe met de misleiding dat ik al lang dood ben, en dat verder zoeken geen zin heeft.

Via Amerika, waar ik jaren gewoond heb, ben ik met een andere identiteit teruggekeerd naar Europa. Ik verliet Europa als jongen en keerde als man terug. Niemand die me herkende. Ik heb in Duitsland gewoond en nu, de laatste jaren, in Amsterdam. Ik had gezworen dit alles nooit aan iemand te vertellen. Snap je nu dat ik niet terug kan naar Italië?


Op dit fragment rust auteursrecht.
Ongeautoriseerde overname van (delen van) het fragment zijn niet toegestaan. Klik hier voor meer informatie.
Titelgegevens
Pentito - Simon de Waal
Bindwijze:
Paperback
ISBN:
9789048801718
Pagina's:
304
Status:
Verschenen
Datum:
Maart 2009
Prijs:
€ 12,50
Oorspr. uitgave:
Bij deze titel
- Over Pentito
- Fragment
- Quotes
- In de media

Meer over
Websites
Dewaalenbaantjer.nl
www.Dewaalenbaantjer.nl
Pentito.nl
www.Pentito.nl
Simondewaal.nl
www.Simondewaal.nl
Twitter.com/BaantjerdeWaal
www.Twitter.com/BaantjerdeWaal
Twitter.com/SImondewaal
www.Twitter.com/SImondewaal